Blog

Gentse Feesten 2026

Er zijn van die dagen waarop alles lijkt mee te zitten. En dan heb je nog de geluidsinstallatie.

Zaterdag 25 juli begon nochtans heel gewoon. Om 10 uur vertrok de bus vanuit Lanaken richting Gent. Een bus vol Zingende Mannen, goeie moed en hier en daar iemand die al voorzichtig de stem aan het opwarmen was. De chauffeur zal zich waarschijnlijk afgevraagd hebben waar hij in godsnaam aan begonnen was. Tegen 13 uur reden we Gent binnen. De zon scheen, de stad leefde en de Gentse Feesten draaiden al op volle toeren.

We voelden het meteen: vandaag hing er iets in de lucht.

Eerste halte: Trefpunt. En wat voor één.

Om 14.30 uur mochten we het podium op van Trefpunt Festival. Een fantastische locatie, een nieuwsgierig publiek en een plein dat minuut na minuut voller liep. In het begin stonden mensen nog wat afwachtend te kijken. Je kent dat. Armen gekruist. Een pint in de hand. "Eens zien wat die mannen uit Limburg waard zijn."

Tien minuten later stonden dezelfde mensen luidkeels mee te zingen. En daarna gebeurde iets wat je niet kan plannen.

Plots sloten de Gentse reuzen zich aan in een polonaise. Ja, echt. Reuzen. Wanneer gigantische poppen beginnen mee te dansen op jouw muziek, weet je dat de dag een speciale richting uitgaat.

Alsof dat nog niet genoeg was, besloot de geluidsinstallatie even vakantie te nemen. De muziek viel volledig weg. Even stilte. Heel even.

Want stoppen? Dat stond niet in ons woordenboek. Dus ...gingen we gewoon verder. A capella.

En eerlijk? Achteraf bekeken was dat misschien wel één van de mooiste momenten van de dag. Het publiek begon vanzelf mee te klappen, mee te zingen en mee te trekken aan het feestje. Soms heb je geen luidsprekers nodig. Alleen een paar stemmen, een hoop enthousiasme en een publiek dat zin heeft om mee te doen.

Na een klein halfuur zat het plein helemaal mee in het verhaal. Er werd gedanst, gelachen en gezongen alsof we elkaar al jaren kenden. Dat is het mooie aan de Gentse Feesten. Je hoeft niemand te overtuigen. Je hoeft alleen maar de eerste noot te zingen.

Van podium naar straat

Veel tijd om uit te blazen was er niet. Om 15.40 uur trokken we de Gentse binnenstad in, richting de schaduw van het Gentse stadhuis. Daar hadden we geen podium. Geen geluidsversterking. Geen backstage. Alleen een straat. En soms is dat meer dan genoeg.

Voor je het weet blijven de eerste mensen staan. Dan volgen er nog tien. Dan twintig. En plots staat de straat gewoon vol.

Het mooie aan straatoptredens is dat je nooit weet wie er blijft hangen. Een toerist die eigenlijk op zoek was naar een terras. Een Gentenaar die "efkes" zou passeren. Een gezin dat toevallig langswandelt.

En zelfs de levende standbeelden konden niet blijven stilstaan.

Dat zegt eigenlijk genoeg.

Nog voor we het goed en wel beseften, liep er opnieuw een polonaise door de straat. Mensen die elkaar vijf minuten daarvoor nog nooit gezien hadden, wandelden lachend achter elkaar aan alsof ze al jaren samen op café zaten.

Dat blijft misschien wel het strafste aan muziek. Ze heeft geen handleiding nodig.

Huis van Alijn? Eerder Huis van Ambiance.

Om 17 uur verhuisden we opnieuw een paar straten verder, deze keer naar de voordeur van het Huis van Alijn. Ook daar duurde het niet lang voor de eerste nieuwsgierigen bleven staan. En daarna gebeurde opnieuw wat de hele dag leek te gebeuren. Mensen bleven hangen. Nog meer mensen bleven hangen.

De straat liep voller en voller, de terrasjes draaiden zich bijna automatisch richting onze stemmen en overal zag je telefoons de lucht in gaan. Niet omdat mensen naar huis wilden bellen, maar omdat ze dit moment wilden bewaren.

Kinderen begonnen te dansen. Volwassenen deden vrolijk mee. En wie eerst alleen stond te kijken, stond vijf minuten later luid mee te zingen. Zo groeit ambiance. Niet met grote plannen. Gewoon liedje na liedje.

Een boot. Zingende mannen. De Leie.

Alsof de dag nog niet bijzonder genoeg was, sloten we af met misschien wel het mooiste decor dat je als koor kan wensen. Om 18 uur stapten we met z'n allen op de boot.

Geen gewone rondvaart.

Nee.

Een varend podium.

We voeren van de Krommewal richting Pole Pole, langs het Gravensteen en opnieuw terug. Niet één keer, maar een drietal rondjes. En overal waar we passeerden gebeurde hetzelfde. Mensen op de terrassen begonnen te zwaaien. Passagiers op andere bootjes begonnen terug te zingen. Vanuit ramen verschenen lachende gezichten.

Op de bruggen bleven mensen stilstaan om te filmen, mee te klappen of gewoon even te genieten. Je zag overal glimlachen. Sommigen kenden ons al, anderen kenden ons helemaal niet.

Dat maakte niets uit.

De Leie werd voor drie kwartier één groot podium waarop heel Gent leek mee te spelen.

En dan... een hamburger

Aan alle mooie liedjes komt ooit een einde. Na een dag vol zingen, lachen, wandelen en dansen was het tijd om richting bus te trekken. Onderweg werd er nog snel een hamburger verorberd. Dat smaakt na vier optredens ongeveer even lekker als een sterrenmenu. Misschien zelfs beter.

Er was nog een klein spannend momentje toen we onderweg twee Zingende Mannen kwijt waren. Gent is nu eenmaal groot en gezellig tegelijk. Gelukkig werden ook zij weer netjes opgespoord en veilig aan boord van de bus gezet.

Missie geslaagd.

Wat een dag.

Vier optredens. Honderden, misschien wel duizenden mensen die even bleven staan. Polonaises met reuzen. Levende standbeelden die begonnen te dansen. Een geluidsinstallatie die er even de brui aan gaf. Een boot die veranderde in een concertzaal.

En vooral...

heel veel mensen die samen zongen. Daar doen we het voor.

Een dikke merci aan Trefpunt Festival, aan de organisatie van de Gentse Feesten, aan iedereen die bleef luisteren, meezong, meedanste, filmde, applaudisseerde of gewoon even bleef glimlachen.

En natuurlijk ook aan al onze Zingende Mannen. Want zonder jullie was dit gewoon een rustige busrit naar Gent geweest. En eerlijk... dat klinkt toch een pak minder plezant. 😉